Het IJslandse Paard

Spelende stijgerende ijslandse paarden
Sleipnir en Hýljason

Het IJslandse paard

Het IJslandse paard of ook wel de IJslander is een paardenras uit IJsland, waar deze gangenpaarden al meer dan duizend jaar zonder invloed van buitenaf worden gefokt. De IJslander is op IJsland eeuwenlang gebruikt als rijpaard en als pakpaard, onder andere voor het vervoer van de post, voor het bijeendrijven van schapen en als vervoermiddel voor de mens, maar ook - recenter - als sportpaard bij gangenwedstrijden en races. Op het Europese vasteland zijn veel van de IJslandse mogelijkheden overgenomen en elementen zijn toegevoegd. Zowel in Europa als op IJsland worden gangenwedstrijden gereden. Ook wordt er gereden met handpaarden en worden afstandsritten gemaakt. De IJslanders worden ook ingespannen voor de wagen en voor de slee. Hoewel er beslist vele rassen zijn die er meer talent voor hebben, kan men met een IJslander zeker ook een sprongetje wagen. Het rijden van dressuur blijft in onze ogen de basis voor het rijden van de gangen en het beheersen van het paard in het algemeen. De IJslander staat bekend om zijn vriendelijke open karakter, is een zeer leergierig paard met een grote will to please. Vergis je echter niet, deze kleine paarden kunnen uiterst eigenwijs zijn.

 

Geschiedenis

Toen aan het einde van de 9e eeuw de eerste inwoners op IJsland kwamen wonen, waren daar geen paarden. De Vikingen namen paarden en andere huisdieren mee uit de gebieden waar ze vandaan kwamen, vooral uit Noorwegen maar ook van de Schotse eilanden. Uit onderzoek blijkt dat de paarden van de Vikingen van verschillende oorsprong waren en zelfs dat ze uit verschillende subgroepen van Equus caballus afkomstig zijn. Een belangrijke voorouder van de IJslander is de Keltische pony, oorspronkelijk meegenomen door de Kelten westwaarts door Europa en dus ook naar de Britse eilanden. Verschillende paardenrassen in Groot-Brittannië stammen af van deze voorouder, zoals de Shetlandpony's, de Exmoorpony's en ook de Highlandpony's uit Schotland. Hoewel het invoeren van paarden na de 13e eeuw uiterst zeldzaam was, is er pas sinds 1882 sprake van een wettelijk invoerverbod op paarden en andere huisdieren in IJsland. Voor die tijd was er geen noodzaak om het importeren te verbieden want eeuwenlang was het eiland uiterst geïsoleerd en waren transportmiddelen zeldzaam. Het was pas in de negentiende eeuw dat IJslanders weer schepen gingen bouwen en meer contacten gingen zoeken met de buitenwereld. Hoogstwaarschijnlijk zijn er ook vanaf de twaalfde eeuw tot de negentiende eeuw geen paarden meer naar IJsland geïmporteerd. Een van de misverstanden rond de geschiedenis van het IJslandse paard is de mythe dat er al in de tijd van de Vikingen een invoerverbod op paarden naar IJsland bestond.

 

Kleur en stokmaat

Binnen het ras zijn alle vachtkleuren vertegenwoordigd, behalve appaloosa. Witte aftekeningen zijn toegestaan. Binnen de IJslanderpopulatie ziet men ook kleuren die niet vaak bij de paarden van het Europese vasteland voorkomen zoals; zilverappel, isabel en wildkleur. De stokmaat (schofthoogte) van de IJslanders varieert van de 1,25 tot 1,50 uitschieters daargelaten. 

 

Vereniging voor het IJslandse paard

 In Nederland zijn meerdere verenigingen voor het IJslandse paard, ook is er een hoofdstamboek: het NSIJP (Nederlands Stamboek voor IJslandse Paarden). Hier kan je meer info vinden over het IJslandse paard en de andere landelijke verenigingen. Uiteraard is er ook een Belgisch stamboek: het BSIJP