Gangen

Gangen algemeen

In tegenstelling tot de meeste paarden, die slechts in de drie basisgangen stap, draf en galop kunnen gaan, kan een IJslander zich in vier en soms vijf verschillende gangen voortbewegen. Deze extra gangen heten tölt en telgang. Het zijn natuurlijke gangen die veulens van enkele uren oud al tonen. De gangenaanleg verschilt per paard. Er wordt gesproken van vier- of vijfgangers. Viergangers zijn paarden die naast de stap, draf en galop ook kunnen tölten. Vijfgangers zijn paarden die naast de andere gangen ook over telgangaanleg beschikken.

 

Stap
Víf frá Brunni in Stap

Stap

De stap is de langzaamste gang, tijdens de stap hoort men vier hoefslagen. Het paard zet zijn benen in deze volgorde neer: linksachter, linksvoor, rechtsachter, rechtsvoor. Tijdens de stap zijn altijd minimaal 2 voeten aan de grond. De stap moet, vooral tijdens het rijden binnen de dressuur, zuiver en gelijkmatig gereden worden. Dat wil zeggen dat, als op harde bodem gereden wordt, het geluid van de 4 landende hoeven moet klinken als 1...2...3...4...1... enzovoorts. Onregelmatig is als men bijvoorbeeld 1...2.3...4.1... hoort. Dit komt met name veel voor bij vijfgangers, ook wel een laterale of diagonale stap genoemd. 

Veulen in draf
Himinn frá Silfursandi in Draf

Draf

De draf is een diagonale gang. De draf is een snellere gang dan de stap, maar langzamer dan de galop. Tijdens de draf worden linksvoor en rechtsachter tegelijk opgetild en neergezet dan volgt er een zweefmoment en dat wordt dan afwisselend met rechtsvoor en linksachter. 

IJslander in galoop
Prins-Rolex in Galop

Galop

Galop is een drietelgang: men kan tellen: een, twee, drie, pauze. Galop is asymmetrisch: men kent de linkergalop, rechtergalop en overkruiste galop (voorbenen doen linkergalop, achterbenen rechtergalop - of omgekeerd).

 

In de rechtergalop zet het paard eerst linksachter neer, vervolgens rechtsachter en linksvoor tegelijk en eindigt met rechtsvoor neerzetten, terwijl ondertussen linksachter de bodem alweer verlaten heeft. Vervolgens tilt het paard ook de diagonaal 'rechtsachter linksvoor' op en heeft alleen rechtsvoor nog contact met de bodem. Daarna volgt het 'zweefmoment', alle hoeven hebben de bodem verlaten.

In de linkergalop begint het paard met rechtsachter, vervolgens linksachter en rechtsvoor en eindigt met linksvoor. Drie hoefslagen, vandaar drietel plus pauze.

 

De soort galop is te herkennen aan het voorbeen dat het meest naar voren gaat.

IJslander in tölt
Hamradis frá Litla-Husid in Tölt

Tölt

De voetvolgorde van tölt is gelijk aan die van stap: linksachter, linksvoor, rechtsachter, rechtsvoor. Het verschil zit in het optillen en neerzetten van de hoeven. Gevolg hiervan is dat het paard in stap afwisselend op twee of op drie benen staat en in tölt op twee benen of op één been tegelijk steunt. Een IJslander kan in tölt verschillende tempo's lopen; dit varieert van een snelle stap tot een flinke galop. Doordat er in tölt geen zweefmoment bestaat, zoals in galop, ervaart de ruiter ook nooit opwaartse bewegingen en kan men ontspannen in het zadel blijven zitten.

Witte IJslander in telgang
Sleipnir frá Skidbakka 3 in Telgang

Telgang

Bij de telgang wordt in tegenstelling tot de draf niet het diagonale, maar het laterale benenpaar gelijktijdig opgetild. Hierdoor ontstaat voor de ruiter een heen en weer schommelende beweging. Telgang in een langzaam tempo heeft de naam 'Schweinepass' en is niet gewenst. Alleen de echte rentelgang, waarbij hoge snelheden worden gehaald, wordt als een positieve eigenschap beschouwd. Niet alle IJslanders kunnen telgangen, enkel de vijfgangers. Of een IJslander een vierganger of een vijfganger is wordt genetisch gepaald.